Bois des Moutiers X Gertrude Jekyll

1763woorden, 9min leestijd

*Dit was bedoeld als simpelweg een volgende ‘entry’ in de serie ‘inspiratiebronnen’, maar ik realiseerde me dat ik met Gertrudy Jekyll moest beginnen als ik het over Le Bois des Moutiers wilde hebben en daardoor ook iets moest vertellen over de Arts & Crafts beweging. En toen was het ineens een longread. Sorry not sorry 😉

Mijn grootste inspiratiebronnen

Dit jaar neem ik je in twaalf blogs mee naar mijn grootste inspiratiebronnen. Plekken die me met open armen ontvangen, waar ik energie opdoe en waar nieuwe richtingen als vanzelf in mijn bewustzijn verschijnen.

Het zal geen verrassing zijn dat het bijna allemaal (botanische) tuinen zijn en dat is de plek van vandaag ook: Le Bois des Moutiers in Varangeville-sur-Mer, Normandie. Maar ik begin dus met Gertrude Jekyll.

Gertrude Jekyll

Gertrude Jekyll (1848-1932) was een Engelse tuinarchitecte, plantenkweekster, schrijfster, fotografe en kunstenares. Ze ontwierp meer dan 400 tuinen en was de eerste tuinarchitect die uitging van een ‘totaalbeleving’ bij haar ontwerpen. Ze schreef meer dan 1000 artikelen voor tijdschriften als Country Life en The Garden.

Foto credits.

Zegt het verschil tussen klassieke Franse en Engelse tuinen je iets? Franse tuinen zijn ontworpen zoals die van Versailles: imponerend, symmetrisch en met een hoog maakbaarheidsgehalte in de vorm van fonteinen en gefiguursnoeide struiken. Terwijl Engelse tuinen onder invloed van de romantiek natuurlijker ontworpen zijn, minder overzichtelijk, vol met onverwachte paadjes en waarbij er met de plantkeuze gedacht is aan vlinders, bijen en andere insecten. Die Engelse kant van het verhaal, die hebben we te danken aan Getrude Jekyll.

Hestercombe Gardens, het resultaat van een samenwerking tussen Jekyll en Edwin Lutyens.

Jekyll gebruikte het impressionisme en haar eigen kennis als schilder bij het bepalen van welke planten elkaar versterken op het gebied van kleur en geur. Haar borders met winterharde vaste planten zijn legendarisch in de tuinarchitectuur. Jekyll ontwierp alles vanuit de plant: die moest zo goed mogelijk tot zijn recht komen om de tuinervaring zo fantastisch mogelijk te laten zijn. En dat was precies tegenovergesteld aan de visie van de Franse tuinarchitecten, die de natuur wilden onderwerpen aan de superieure visie van de mens.

Jekyll vond het centraal zetten van de plant zo’n belangrijk uitgangspunt dat ze bloemen en planten, geplukt om binnen op een vaas te zettenin de huiskamer, ook perfect tot hun recht wilde laten komen. Daarom ontwierp ze speciale glazen vazen voor verschillende boeketten.

Foto: Newcomb Pottery, 1902-1904, Brooklyn Museum.

De totaalbeleving en sfeer in de tuin was een belangrijk aspect van alle ontwerpen van Jekyll. Geur was net zo belangrijk als kleur en kleur was net zo belangrijk als sfeer. Ze haalde alles uit de kast om de bezoeker een zo harmonieus mogelijke ervaring te geven. Jekyll werkte van totaalbeeld naar detail en weer terug.

Vanuit de Arts & Crafts ideologie had ze aandacht voor vakwerk en ambacht en vanuit haar zo te zeggen holististische kijk op tuinarchitectuur verloor ze nooit het geheel en het samenspel van de elementen uit het oog. Op die manier hadden de tuinen die het dichtst bij het huis lagen het meeste detail en hoe verder de tuin van het huis lag, hoe natuurlijker en hoe ‘wilder’ het ontwerp was.

Naast tuinieren had Jekyll een voorliefde voor ambacht en vakwerk. Ze schreef een boek over de verschillende ambachten van haar generatie en maakte er meer dan 300 begeleidende foto’s bij. Daarnaast hield ze zich bezig met de geschiedenis van het alledaagse leven. Tijdens haar leven verzamelde ze een nu internationaal vermaarde collectie van traditionele huishoudelijke voorwerpen bij elkaar.

Vanaf 1881 tot aan haar dood heeft ze meer dan 400 verschillende tuinontwerpen gemaakt. Ze was eigenlijk opgeleid tot kunstschilder en voelde zich vooral aangetrokken tot het impressionisme en het werk van William Turner. Maar ze werd langzaam blind en richte zich daarom op tuinieren en tuinarchitectuur.

Misschien dat vanwege haar slechte zicht ze het ook belangrijk vond dat in een tuin alle andere zintuigen aan hun trekken kwamen. Zodat je de geweldigste bloemengeuren kon ruiken, water kon horen stromen en blaadjes kon horen ritselen, verschillende texturen kon ervaren, van gras tot tegelwerk en het verschil kon voelen tussen ommuurde, warme tuinen en koudere, open tuinen waar de wind vrij spel had.

Samen met Edwin Lutyen is Jekyll het bekendste duo van de Engelse Arts & Crafts beweging. Zij waren zo’n geval van 1+1=3. Samen ontwierpen ze landschappelijke totaal-concepten, om het zo maar even te noemen. Een huis, of meerdere gebouwen met daaromheen een landgoed, zo ontworpen dat het één beleving was. Dat alles klopte. En binnen dat ontwerp maakten ze gebruik van de Arts & Crafts ideologie van vakmanschap, goed materiaal en oog voor detail. Le Bois des Moutiers is daarvan een van de bekendste en een van de weinig overgebleven projecten van Jekyll en Lutyen.

Le Bois des Moutiers

Voor Le Bois des Moutiers ontwierp Luyten het landhuis en Jekyll de ‘formele’ tuinen rondom. Net als het huis, heeft Jekyll de tuinen kamers gegeven, ‘groene kamers’ met allemaal een eigen sfeer, eigen geur en eigen kleur. Jekyll was de eerste tuinarchitecte die een totaalbeleving voorstond. Een tuin moest niet alleen zo ontworpen zijn dat er ieder seizoen iets in bloei stond, nee, een tuin moest een ervaring zijn voor de bezoeker. Voor de bewoner!

De tuinen en het huis zijn zo ontworpen dat ze elkaar als het ware spiegelen. Zo verwijzen 2 stenen stoelen in de ‘Witte Kamer’ (een van de zeven formele tuinen) naar 2 garderobekasten tegenover de muziekkamer in het landhuis. Als je door de zeven formele tuinen langs het huis wandelt, dan waan je je telkens in een totaal andere wereld. Jekyll is er dus in geslaagd om elke tuin een hele eigen sfeer en aanblik te geven. Dan weer met statige hoge heggen en wuivende witte pluimen, dan weer met een vijver en gezellige bankjes rondom, dan weer door een avontuurlijk ogende overgroeide groene pergola.

Het park dat zich vanaf het landhuis helemaal uitstrekt tot de kust is beplant met reusachtige uitheemse rhododendrons, azalea’s en magnolia’s. Het waren in die tijd de allereerste rhododendrons in Frankrijk en konden overleven door het vochtige zeeklimaat aan de Normandische kust. En je weet het hè, ik word altijd wild enthousiast van grote rhodo’s, dus voor mij was dit park een echte must.

Le Bois des Moutiers is een van de weinige nog bestaande tuinontwerpen van Gertrude Jekyll en alleen daarom al een bezoek waard. Omdat de oorspronkelijke Mallet familie nog steeds in het landhuis woont, is dat helaas niet te bezichtigen. Maar het huis zit vol Arts & Craft details: metalen deurknoppen, houtsnijwerk in de balustraden en behang ontworpen door William Morris (de grondlegger van de Arts & Crafts beweging).

Arts & Crafts beweging

De Arts & Crafts beweging was een internationale trend binnen de kunst en design (interieur, meubilair en decoratie) tussen 1880 en 1920. Het begon in Engeland en spreidde zich uit over Europa, Noord-Amerika en Japan. De Glasgow School, waar Frances en Margaret MacDonald de grondleggers van waren, was de belangrijkste Arts & Crafts afdeling in Schotland.

Arts & Crafts stond voor kwaliteit boven kwantiteit. De belangrijkste exponenten (waaronder William Morris) waren in theorie anti-industrieel, vonden massaproductie totale evilness en wilden niets te maken hebben met grootschalige productie. In de praktijk waren al die fantastische principes vaak wat vloeibaarder, simpelweg omdat ze zelf ook aan de weg timmerden met design- en ontwerpbureaus en graag aan grote orders wilden kunnen voldoen.

Arts & Crafts stond voor traditioneel vakmanschap. Voor ambachtelijke kennis en vaardigheden en de juiste materiaalkeuze en -bewerking om zo tot kwalitatief hoogwaardige producten te komen. Het nut van een product, of de gebruiksvriendelijkheid, was belangrijker dan hoe geweldig het gedecoreerd was. Deze principes waren een directe reactie op de ontwerpen die te zien waren tijdens de Wereldtentoonstelling in 1851 in Londen. Dat vonden de aanhangers van de Arts & Crafts namelijk gewoon versierde rotzooi. Als in: fijn dat deze stoel er zo geweldig uitziet, maar na nog geen 5 minuten zitten heb ik al rugpijn. Dat kon volgens hun niet de bedoeling zijn.

Zij wilden het dus anders doen. Design als resultaat van de juiste kennis, vaardigheden en ambacht. Waarbij aan alles is gedacht, juist ook aan het gebruiksgemak. De Arts en Crafts hoopte dat de status van de ontwerper / kunstenaar daardoor zou verbeteren, want die status stond vanwege al die ‘troep’ natuurlijk behoorlijk ter discussie.

Elke serieuze beweging heeft natuurlijk een onderliggende theorie nodig en William Morris bedacht een variant van ‘vroeger was alles beter’, geïnspireerd op de Romantische literatuur uit die tijd. Hij wilde dat kunstenaars en ambachtslieden zich spiegelden aan de Middeleeuwen, de tijd van de gilden. Hij zag de Middeleeuwen als de tijd waar ambacht en vakwerk de waardering kreeg die het verdiende: toen begrepen mensen het nog! Toen kon je ook niet zomaar toetreden tot zo’n gilde, maar moest je de meesterproef doen. Een verzekering van kwaliteit en kunde. Heel anders dan halverwege de negentiende eeuw waar iedere halve gare spullen kon gaan ontwerpen, met alle gevolgen van dien: slechte producten en een slecht imago.

William Morris bracht zijn ideeën deels in de praktijk: hij was bij al zijn ontwerpen actief persoonlijk betrokken en leerde eigenhandig alle technieken en processen die er nodig waren. Hij was ervan overtuigd dat de mens verwijdert raakt van zijn leven, zonder eervol, creatief (hand)werk. Maar ook hij was pragmatisch en hij moest ook wel. Hij had zoveel verschillende takken binnen zijn onderneming (weven, printen, borduren, calligrafie, drukken), dat het gewoon onmogelijk was om alles zelf te blijven doen. Dus ook hij schakelde bij grote bestellingen een fabriek in, zolang die dezelfde hoge standaard kon leveren aan kwaliteit als hij zelf zou doen.

Sowieso was dat als je het mij vraagt het interessantste discussiepunt onder aanhangers van de Arts & Crafts beweging: wanneer is iets vakmanschap en ambacht en wanneer is iets productie? En waarom is het één waardevoller dan het andere? Moet je écht alles helemaal zelf maken of mag je ook onderdelen uitbesteden, simpelweg omdat anderen dáár weer beter in zijn. Neem je anders ook niet de ander zijn specialisme af? Nog los van bedrijfsmatige vragen over hoe je ooit alles zelf kunt blijven doen als je jezelf als ontwerper / kunstenaar ook nog artistiek wilt blijven ontwikkelen? Zit het kunstenaarschap in het bedenken of in het maken? Is vakwerk een onderdeel van kunst of is het een andere tak van sport?

Hoe dan ook. Van het Bois des Moutiers via Gertrude Jekyll naar de Arts & Crafts beweging. Het was niet de bedoeling, maar het was me een waar genoegen. Volgende keer in deze serie weer gewoon een tuin op de planning hoor, no worries.