De zomer van 2026 was voor mij de zomer van een existentiële crisis op artistiek gebied, ontdekken dat de zon helemaal niet stilstaat maar met een rotgang door de ruimte beweegt en The Odyssey. Het effect ervan herinnert me aan de dialoog uit Sleepless in Seattle: “What do they call it when everything intersects?” “The Bermuda Triangle.”
Artistieke crisis
De existentiële crisis ontstond precies op de eerste dag van de zomer: 21 juni, de dag van de Tuindorp Kunstmarkt. Ik had mezelf een ultimatum gesteld: nog één keer proberen om een succesvolle kunstmarkt te draaien en daar alles voor te doen wat ik kon. Dat betekende kosten nog moeite sparen en advies inwinnen van ChatGPT. Dat laatste ging linea recta tegen mijn principes in, maar nood breekt wet. Mijn redenatie was dat ik een win-win situatie tegemoet ging. Of ik zou ontdekken hoe het wel moest en kon dat naar wens herhalen of ik zou ontdekken dat wat ik ook doe, mijn werk blijkbaar ongeschikt is voor kunstmarkten en dat ik dus met een gerust hart mee kon stoppen.
Toch bleek de realiteit iets moeilijker te incasseren die 21e juni toen ik moest concluderen dat het wederom geen succes was. Ondanks drie maanden keihard werken en voldoen aan alle adviezen van ChatGPT op het gebied van hoeveelheden verschillende soorten werk, presentatie, kraamopbouw en verschillende prijsstrategieën speelden we aan het eind van de dag zo ongeveer quitte. Het experiment was mislukt en daarmee het ultimatum geslaagd: ik zou geen kunstmarkten meer doen. En ik wilde nog een stap verder gaan en helemaal stoppen met de verkoop van mijn werk.
De drie maanden non-stop werken aan schilderijen en tekeningen en collages voor de verkoop hadden mijn energie en motivatie tot onder nul gebracht. Het besluit te stoppen met verkoop gaf direct ruimte en opluchting dus dat was op dat moment een gouden greep. Ik verwijderde alle shoplinks en prijzen op mijn site en in de week daarop voelde ik hoeveel zin ik alweer kreeg om aan de slag te gaan in het atelier. Losgekomen van het resultaat begon ik te experimenteren. Mijn Rare Flowers serie bleek het perfecte vehikel. Ik mengde de lafste kleuren ooit en speelde met bizarre vormen. Niet meer bang voor geel en rood gooide ik die ook in het palet en ik kwam zo lekker op gang dat ik binnen een week een hele serie van 49 nieuwe plantportretten in de steigers had. Het had alleen nog wat puntjes op de i nodig.
Maar toen stortte het in. Want als ik het niet voor de verkoop deed, waarvoor deed ik het dan? Was ik dan een beetje aan het hobbykoppen op een zolder? Deed ik het alleen maar voor mezelf? Die redenen bleken niet genoeg voor mij om het maken van kunst te legitimeren. Er moest voor mij meer achter zitten of een daadwerkelijk (eventueel langetermijn) doel. En als dat er niet was, dan kon ik alsnog besluiten schilderen als ‘hobby’ te hebben, maar dan wilde ik op z’n minst een andere bezigheid hebben – bijvoorbeeld schrijven – waarbij ik me wel verhield tot een ‘publiek’, een lezer of een ontvanger. Toen snapte ik nog niet waarom dat zo belangrijk was, maar het gevoel was wel sterk genoeg om me in een artistieke crisis te storten. Had ik visueel nog iets te melden? Waren mijn schilderdagen geteld? Was het tijd om mijn focus te verleggen naar het schrijven? Ik kwam er niet uit.
Wat ook niet hielp was het gebrek aan inspiratie. Nadat ik in een recordtempo 49 Rare Flowers had geschilderd, was het enthousiasme weg. De ideeën waren op. Normaal gesproken kreeg ik in de afgelopen tien jaar altijd al tijdens het werken aan een serie plantportretten inspiratie voor een volgend project. Maar dat principe was eigeniljk al doodgebloed tijdens Botaniska. Anderhalf jaar heb ik aan Botaniska gewerkt. En ok, het was mijn grootste serie ooit met 86 werken in totaal, maar een van de redenen dat ik er zo lang mee bezig kon blijven, was dat er geen nieuwe ideeën ontstonden. De Rare Flowers serie was in eerste instantie ook een opgelegd idee vanuit mijn ratio. Vanuit een cerebrale benadering van mijn werk: welke hoek kan ik in als ik geen behoefte voel om een tuin te bezoeken? Terwijl, geen behoefte voelen om een tuin te bezoeken had al genoeg reden moeten zijn om eens een serieus gesprek met mijzelf te voeren. Ware het niet dat er onder de oppervlakte een nog veel belangrijker fundament aan het wankelen was gebracht.
De helix van de aarde
Halverwege juni, toen ik nog middenin de voorbereiding zat van de Tuindorp kunstmarkt, stuurde Bob mij een website door met allerlei animaties over ons zonnestelsel. En een ervan liet mijn systeem schudden op zijn grondvesten: de animatie die liet zien dat de zon helemaal niet stilstaat in het heelal (hoe kan het ook anders?), maar met een ongelofelijke snelheid door de Melkweg zoeft, namelijk 800.000 kilometer per uur, wat neerkomt op 220-250 kilometer per seconde.
Als je je realiseert dat de aarde zelf met een snelheid van zo’n 107.200 kilometer per uur (30 kilometer per seconde) om de zon draait en met een snelheid van 1050 kilometer per uur om zijn eigen as (in Nederland) dan begint het je misschien net als mij te duizelen. Het zien van de helix-beweging die de aarde maakt door het universum en dus NIET de ellips die je in alle boeken of schaalmodellen ziet weergegeven, zorgde ervoor dat er in mij iets definitief instortte. Het hele idee van cycli. Van het bewegen vanuit een vertrekpunt waar je later weer arriveert en hoe diep dat voor mij verankert zat in de beleving van de wereld, het ervaren van mijn realiteit. Het stond compleet op z’n kop.
We maken helemaal geen ellips waarbij we na een jaar weer zo ongeveer op dezelde plek zijn. Nee, we bewegen met een snelheid die je je helemaal niet kunt voorstellen rondom een ster die nog veel sneller beweegt en we komen helemaal nooit meer terug op de plek in het universum waar we een halve seconde geleden nog waren. De route die de aarde aflegt in het heelal is er een vol avontuur in plaats van een herhalende kringloop van seizoenen. Het heeft meer weg van ‘to boldly go where no one has gone before’ dan ‘another trip around the sun’, want het is ZOVEEL meer dan alleen een rondje om de zon. En dat werd me allemaal duidelijk toen ik naar die helix-animatie keek.
‘And just like that’ verloor de botanische wereld voor mij alle betovering. Ik kon me er niet meer toe verhouden, het bleek een wereld die zich op een heel andere manier gedroeg dan de wetten van het universum. Want natuurlijk komen de seizoenen altijd weer terug en natuurlijk sterven planten af en komen ze opnieuw tot bloei, maar dat cyclische principe kun je met de huidige kennis van het heelal helemaal niet doortrekken naar de natuurwetten van het universum. De natuur op aarde is als het cyclische uiterlijk, de cosmetische buitenkant die zich presenteert als kringloop, maar die zich voordoet binnen een in de kern entropisch systeem.

Voor mij was dit het begin van een compleet andere manier van kijken, voelen en ervaren, waardoor het zonder twijfel op een of andere manier zijn weg zou hebben gevonden naar mijn kunstpraktijk. Maar aangezien ik al in een artistieke crisis zat, voelde het alsof alles ontplofte. Alsof ik in het donker zat en ik de brokstukken niet eens had kunnen vinden, al had ik ze bij elkaar willen rapen. Ik moest een nieuw pad vinden, maar waar? En hoe?
The Odyssey
Dus daar zat ik dan, in limbo, tijdens de zoveelste hittegolf from hell waardoor de dagen zich aaneen regen tot een schijnbaar eindeloze koortsdroom. En toen ging The Odyssey in premiere. Ik schreef al eerder hoeveel invloed het zien van dat milleniumoude verhaal op me had. Maar middenin die crisis was een van de belangrijkste dingen de route die Odysseus moest afleggen en de lange tijd die hij daarvoor nodig had. Daardoor kreeg ik zelf meer oog voor de verschillende stadia in een mensenleven en dat sommige dingen tijd nodig hebben. Ik voelde heel duidelijk: ja, ik zit in het donker, maar het is nu niet mijn taak om zo snel mogelijk weer naar het licht te bewegen, ik moet het de tijd geven. En net als Odysseus tijdens het laatste deel van zijn reis, moest ik vertrouwen en me overgeven aan het proces. In plaats van blijven vechten en controle uitoefenen. En dus hield ik me gedeisd. En gaf ik het leven de tijd om zich aan me te laten zien, zodat ik erop kon reageren.


En na een tijdje ontdekte ik dat er twee kleine Rare Flower schetsen om mijn aandacht vroegen: de twee spiralen die me deden denken aan de helix-vorm van de aarde door het universum. Het joeg me angst aan, die spiralen. De angst die je voelt als je een onbekende weg inslaat. Het voelde alsof ik zo maar eens mijn eigen zwarte gaten zou kunnen creëren als ik ervoor koos de spiralen te volgen. Maar de aantrekkingskracht was zo sterk, dat ik het toch verloor en toen ik eenmaal besloot om me er aan over te geven stonden er twee dagen later twee levensgrote spiraalschilderijen te drogen in het atelier. Nog nooit had ik in zo’n korte tijd zulke grote werken gemaakt. Ik voelde me een klein beetje als Hilma Af Klint.
In dezelfde week zag ik het interview van Zhong Shu met Christopher Nolan (waarover ik ook al eerder schreef) waarin Nolan aangeeft dat het nog steeds gissen is naar de oorzaak van het instorten van de beschavingen van de bronstijd. En je bent historicus of je bent het niet en dus dook ik in die bronstijd, kwam ik uit bij de Fall of Civilisations podcast episode 2 “The Bronze Age Collapse” en bij de Bronze Age Wikipedia pagina met tot gevolg dat ik werd geraakt door de archeologische vondsten uit die tijd. Hoe die blijk gaven van een vroege, voorchristelijke, hoogstaande beschaving met schrift, wiskunde, architectuur, stedelijke cultuur, landbouw en handel.
Op avontuur
Oude vormen, voorchristelijke beschavingen met andere waardepatronen, mijn historiografische voorkeur voor de Annales-school met hun golfbewegingen over de langetermijn waarmee je historische processen over een langere periode kunt overzien. Plotseling leken alle kruimels me wel degelijk naar een nieuw pad te leiden, waarbij alle flarden van ideeën die eerst nog voelden als een chaotische Bermudadriehoek plotseling vastere vormen aannamen. Wat als deze oeroude vormen iets kunnen wakker maken in ons collectieve onderbewuste? Wat als ze voorchristelijke waarden kunnen symboliseren die het fundament kunnen worden voor een toekomstbestendige vorm van samenleven? Wat als mijn visuele werk op die manier een belangrijk onderdeel is van een boodschap die ik steeds duidelijker voel worden en die ik dus wel degelijk te melden heb. Waardoor ik dus ook begreep dat een beetje hobbykoppen op een zolderkamer voor mij geen optie is. Voor mij is het belangrijk om te leren hoe je een boodschap overbrengt, welke regels daarbij gelden en hoe je die het beste kunt volgen voor een zo optimaal resultaat. Precies waar Christopher Nolan over praatte in het interview met Zhong Shu. Als kunstenaar ben je in de kern een verhalenverteller die een boodschap wil overbrengen. Maar je moet wel eerst weten wat die boodschap precies is en in welke vorm je die vervolgens het beste kunt gieten zodat hij overkomt.
Voor mij heeft de botanische wereld vanaf dit moment geen plek meer in mijn artistieke praktijk, omdat mijn boodschap steeds meer uitkristalliseert. Een boodschap die gestoeld is op een culturele golfbeweging of een helix en minder op die van een cirkel of cyclus. Die in de kern gaat over mensen en samenleven en veel minder over de natuur of botanische wereld. En die zoekt naar nieuwe gemeenschappelijke waarden – los van het christendom dat ons in mijn optiek al ruim tweeduizend jaar zand in de ogen strooit als het gaat om volwassenwording, het handhaven van een gezonde psyche en het bewaken van onze persoonlijke en sociale grenzen.
Na 9 jaar botanische plantportretten is het daarom tijd voor een nieuw begin, een nieuw avontuur. Waarin ik op zoek ga naar een beeldtaal die past bij wat ik te melden heb en die ik baseer op archeologische vondsten van de eerste beschavingen. Ik verwacht dat het ontdekken van een beeldtaal tegelijkertijd ook helpt mijn ideeen te verduidelijken en tot een coherent geheel te smeden. Zodat als de boodschap straks helder is, de vorm dat ook zal zijn, waardoor ik er alles aan kan doen om te zorgen dat de boodschap ook echt overkomt.
A New Beginning
For me, the summer of 2026 was the summer of an existential artistic crisis, discovering that the sun doesn’t stand still at all but moves through space at breakneck speed, and The Odyssey. Its effect reminds me of the dialogue from Sleepless in Seattle: “What do they call it when everything intersects?” “The Bermuda Triangle.”
Artistic Crisis
The existential crisis arose precisely on the first day of summer: June 21st, the day of the Tuindorp Art Market. I had set myself an ultimatum: to try one last time to run a successful art market and to do everything I could to make it a succes. That meant sparing no expense or effort and seeking advice from ChatGPT. The latter went directly against my principles, but desperate times desperate measures. My reasoning was that I was heading towards a win-win situation. Either I would discover how to run a successful art market and could repeat that when desired. Or I would get the evidence that whatever I decide to do and whatever personal principles I decide to abandon, my work is and remains unsuitable for art markets. Which would mean I could quit doing art markets with a clear conscience.
However, that so called win-win situation proved a bit harder to swallow on that June 21st, when I had to conclude that it was once again not a success. Despite three months of working extremely hard and following all of ChatGPT’s advice regarding the quantity of different types of work, presentation, booth setup, and various pricing strategies, we barely broke even by the end of the day. The experiment had failed, and with it, the ultimatum had succeeded: I would not participate in art markets anymore. And at that time I even wanted to go a step further and stop selling my work altogether. Because the three months of working non-stop on paintings, drawings, and collages for sale had reduced my energy and motivation to below zero.
The decision to stop selling immediately provided space and relief, so at that moment, it was a stroke of genius. I removed all shop links and prices from my site, and the following week, I felt how eager I was to get back to work in the studio. Having detached myself from the result, I began to experiment. My Rare Flowers series turned out to be the perfect vehicle. I mixed the most cowardly colors ever and played with bizarre shapes. No longer afraid of yellow and red, I threw those into the palette as well, and I got going so well that within a week I had a whole series of 49 new plant portraits in the works. It just needed a few finishing touches.
But then it all collapsed quite suddenly. Because if I wasn’t making work to sell it, was I doing it for? Was I just crafting away in my attic? Had I entered the ‘hobby’ realm? Was I doing it only for myself? Or – heaven forbid! – was it a form or self-inflicted art therapy? Oh, the horror! The fact that I didn’t want to sell my work anymore apparently did NOT mean I did not want to relate to an ‘audience’ anymore. Quite the contrary! At the time, I didn’t yet understand why that was so important, but the feeling was strong enough to plunge me into an artistic crisis because it was all so confusing. Were my painting days numbered? Was it time to shift my focus to writing? And where did the audience came in? I couldn’t figure it out.
What didn’t help either was the lack of inspiration. After painting 49 Rare Flowers in record time, the enthusiasm was gone. The ideas had run out. Normally, over the past ten years, I would always get inspiration for a next project while working on a series of plant portraits. But that principle had essentially stopped working during Botaniska. I worked on Botaniska for a year and a half. And okay, it was my biggest series ever, with 86 works in total, but one of the reasons I was able to keep working on it for so long was that no new ideas emerged. The Rare Flowers series that followed was initially an idea imposed by my rational mind, a cerebral approach to the predicament I found myself in: what angle can I take if I don’t feel the need to visit a garden? Whereas, not feeling the need to visit a garden should have been reason enough to have a serious conversation with myself. Were it not that an even more important foundation was crumbling beneath the surface.
The Earth’s Helix
Sometime in mid-June, when I was still in the midst of preparing for the Tuindorp art market, Bob sent me a website containing all sorts of animations about our solar system. And one of them shook my system to its core: the animation showing that the sun does not stand still in the universe at all (seriously, how did I not sufficiently realised this earlier?), but races through the Milky Way at an incredible speed, namely 800,000 kilometers per hour, which amounts to 220-250 kilometers per second.
When you realize that the Earth itself revolves around the sun at a speed of about 107,200 kilometers per hour (30 kilometers per second) and rotates on its own axis at a speed of 1,050 kilometers per hour (in the Netherlands), you might start to feel dizzy, just like me. Seeing the helix motion the Earth makes through the universe—and thus NOT the ellipse depicted in all books or scale models—caused something inside me to collapse for good. The whole idea of cycles. Of moving from a starting point where you arrive again later, and how deeply that was anchored for me in the perception of the world, the experience of my reality. It was turned completely upside down.
We don’t form an ellipse at all where we are roughly back in the same place after a year. No, we are moving at a speed you cannot even imagine around a star that moves much faster, and we never return to the place in the universe where we were just half a second ago. The path the Earth travels in the universe is one full of adventure rather than a repeating cycle of seasons. It is more like ‘to boldly go where no one has gone before’ than ‘another trip around the sun,’ because it is SO MUCH more than just a loop around the sun. And all of that became clear to me when I watched that helix animation.
‘And just like that,’ the botanical world lost all its enchantment for me. I could no longer relate to it; it turned out to be a world that behaved in a very different way from the laws of the universe. For of course the seasons always return (or do they? Because in the Netherlands we haven’t had a real winter in decades), and of course plants die and bloom again (or do they? Because the heat waves of this summer have definitely killed a couple of plants in my garden that will not show themselves again next year), but with current knowledge of the universe, you cannot extend that cyclical principle at all to the laws of nature of the universe. Nature on Earth is like the cyclical exterior, the cosmetic outer layer that presents itself as a cycle, but which occurs within a system that is entropic at its core.
For me, this was the beginning of a completely different way of looking, feeling, and experiencing, which would undoubtedly have found its way into my art practice in one way or another. But since I was already in an artistic crisis, it felt as if everything was exploding. As if I were sitting in the dark and hadn’t even been able to find pieces of the wreckage, even if I had wanted to gather it all together. I had to find a new path, but where? And how?
The Odyssey
So there I was, in limbo, during yet another heatwave from hell that caused the days to string together into a seemingly endless fever dream. And then The Odyssey premiered. I have already written about how much influence watching that millennium-old story had on me. But in the midst of that crisis, one of the most important things was the route Odysseus had to travel and the long time it took him to come home. It gave me a greater appreciation for the different stages of a human life and the fact that some things take time. I felt very clearly: yes, I am in the dark, but it is not my task now to move back into the light as quickly as possible; I must give it time. And just like Odysseus during the final part of his journey, I had to trust and surrender to the process. Instead of continuing to fight and exert control. And so I kept a low profile. And I gave life the time to reveal itself to me, so that I could respond to it.
And after a while, I discovered that two small Rare Flower sketches were vying for my attention: the two spirals that reminded me of the Earth’s helix shape through the universe. Those spirals frightened me. The fear you feel when you set out on an unknown path. It felt as if I might just create my own black holes if I chose to follow those spirals. But the pull was so strong that I eventually had to give in, and once I decided to surrender to it, I finished two life-sized spiral paintings within two days. Never before had I created such large works in such a short time. It made me feel a little bit like Hilma Af Klint.
In the same week, I saw Zhong Shu’s interview with Christopher Nolan (which I have written about before as well), in which Nolan indicates that the cause of the collapse of Bronze Age civilisations remains a matter of speculation. And being a historian before I knew it I found myself diving into the Bronze Age, ending up at the Fall of Civilisations podcast episode 2 “The Bronze Age Collapse” and the Bronze Age Wikipedia page. And what struck me most were the archaeological finds from that time. How they provided evidence of an early, pre-Christian, advanced civilisation with writing, mathematics, architecture, urban culture, agriculture, and trade.
A New Adventure
Ancient forms, pre-Christian civilisations with different value patterns, my historiographic preference for the Annales School with its focus on long-term movements that allow you to survey historical processes over a longer period of time. Suddenly, all the crumbs seemed to be leading me to a new path indeed, and all the fragments of ideas that initially felt like a chaotic Bermuda Triangle suddenly took on more solid forms. What if these ancient forms can awaken something in our collective subconscious? What if they can symbolise pre-Christian values that can become the foundation for a future-proof form of coexistence? What if my visual work, in that way, is an important part of a message that I feel is becoming increasingly clear to me, and which I therefore definitely have to convey? Which is why I also understood that my art journey is not just for me or for the sake of art. I suddenly understood where the audience comes in and that for me, it is important to learn how to convey a message, what rules apply, and how best to follow them for the most optimal result. Exactly what Christopher Nolan talked about in the interview with Zhong Shu. As an artist, at your core, you are a storyteller who wants to convey a message. But first you must know exactly what that message is and in what form you can subsequently cast it best so that it comes across.
And that is why from this moment on, the botanical world no longer has a place in my artistic practice, because my message is becoming more clear. A message based on a cultural wave or a helix, and less on that of a circle or cycle. One that is, at its core, about people and living together, and much less about nature or the botanical world. And this seeks new shared values—apart from Christianity, which in my view has been pulling the wool over our eyes for well over two thousand years when it comes to growing up, maintaining a healthy psyche, and guarding our personal and social boundaries.
After 9 years of botanical plant portraits, it is therefore time for a new beginning, a new adventure. In which I will search for a visual language that suits what I have to say and which I shall base on archaeological finds from the first civilisations. I expect that discovering a visual language will simultaneously help to clarify my ideas and forge them into a coherent whole. So that when the message is clear, the form will be too, allowing me to do everything possible to ensure that the message truly comes across.
