1709 woorden, 9 min leestijd | 1680 words, 9 min read
2019 was een jaar waarin ik van het donker naar het licht bewoog. Dat zie je duidelijk terug in het werk dat ik toen maakte. In januari 2019 begon ik met het schilderen van De Hortus by Night serie, waarin alle kleuren en vormen al wel in de spotlight staan, maar de planten nog in het donker. Het fruit van de Catalonia schilderijen, die ik schilderde aan de Costa Brava tijdens de bloedhete zomer van 2019, ligt vol in de zon. Er kwam dat jaar dus duidelijk iets tot bloei. Het verlangen om vanuit de schaduw in het licht te stappen, de zon zijn werk te laten doen en vrucht te dragen.
2019 was the year I stepped out of the darkness and moved into the light. This is clearly reflected in the work I created back then. In January 2019, I began painting The Hortus by Night series. Ten paintings that put the spotlight on all the colours and shapes, but in which the plants are still in the dark. The fruit in the Catalonia paintings, which I painted at the Costa Brava during the scorching summer of 2019, is basking in the sun. Something clearly blossomed that year. Within my work I feel the desire to step from the shadows into the light, to let the sun do its work, and to bear fruit.

Even terug… | Recap…
Vanuit het donker naar het licht bewegen: lekker bezig, girlie, maar waarom was je in het donker in the first place? Daarover kun je meer lezen in onderstaande blogs:
- “Nieuwe blik op oud werk: Collages”
- “Nieuwe blik op oud werk: Majorelle”
- “Niet meer bang voor slachtofferschap”
Moving from darkness to light: great work, girlie, but why were you in the dark in the first place? You can read more about that in my blogs:
- “New look at old work: Collages”
- “New look at old work: Majorelle”
- “Niet meer bang voor slachtofferschap”

Hortus by Night
Het donker dus. Maar toen ik eenmaal realiseerde dat ik in het donker zat en dat ik dus twee keer zo goed moest kijken om iets te kunnen zien, ontdekte ik wel degelijk vormen, texturen en kleuren. Net als tijdens de Hortus by Night zag ik vage vormen in de schaduw. Dan weer wel, dan weer niet uitgelicht in pasteltinten. Ik zag onduidelijke paadjes amper verlicht door lampionnen en een kathedraal waar de kwetsbaarste bloemen veilig waren en ietwat verlegen hun vormden tonen in licht van alle kleuren van de regenboog.
De manier waarop tijdens de Hortus by Night de verschillende plant- en boompersoonlijkheden werden uitgelicht, resoneerde met hoe mijn eigen persoonlijkheid er op dat moment bij stond. Amper verlicht, maar de contouren duidelijk. Beschermd en achter gesloten deuren, maar daardoor goed gepreserveerd. Geïntrigeerd door de planten in het donker en donkere planten in verschillende kleuren licht, ging ik aan het werk.
Ik maakte twee series van vijf schilderijen. Vijf keer planten in kleurrijk licht in een donkere kas en vijf keer de bijzondere schaduwen van planten in kleurrijk tegenlicht. Als je in de schaduw bent, zie je het de textuur in het licht. Sta je in het licht, dan zie je de vormen in de schaduw.
Van het donker naar het licht bewegen, daar even opladen en vervolgens weer het donker in. Op zoek naar de delen van jezelf die je hebt laten sterven, die je moest achterlaten om te overleven. Iedereen die heeft gewerkt met innerlijke kinddelen, reparenting of andere vormen van traumaheling, zal deze vergelijking herkennen. Dat is wat ik visueel maakte tijdens het schilderen van de Hortus by Night schilderijen. Ja, er was schaduw, maar de schatten die daar verborgen waren, waren de moeite waard om ernaar op zoek te gaan. En er was ook licht, waar ik altijd naar kon terugkeren om te hergroeperen, om bij te tanken. En om daarna weer met nieuwe energie het donker in te gaan. Net zolang tot ik alle schatten had teruggevonden.










So that’s why I was in the shadows. But once I realized I was in the dark and that I therefore had to look twice as hard to see anything, I did indeed discover shapes, textures, and colours. Just like during the Hortus by Night, I saw vague shapes in the shadows. Sometimes illuminated by light in pastel hues, sometimes barely there. I saw obscure paths, barely lit by lanterns, and a cathedral where the most fragile flowers were safe, somewhat shyly revealing their shapes in projected lights in all the colours of the rainbow.
The way the different plant and tree personalities were highlighted during the Hortus by Night resonated with how my own personality was doing at that moment. Barely illuminated, but with clear contours. Protected and behind closed doors, but therefore well preserved. Intrigued by the plants in the dark and dark plants in different colours of light, I got to work.
I created two series of five paintings. Five paintings of plants in colourful light in a dark greenhouse, and five paintings of the unique shadows of plants in colourful back light. When you’re in the shadow, you see the texture in the light. When you’re in the light, you see the shapes in the shadow.
Moving from the darkness into the light, recharging there for a moment, and then back into the darkness. Searching for the parts of yourself that died there, that you had to leave behind to survive. Anyone who has worked with inner child parts, re-parenting, or other forms of trauma healing will recognize this comparison. That’s what I visualized while painting the Hortus by Night paintings. Yes, there was shadow, but the treasures hidden there were worth seeking out. And there was also light, to which I could always return, to regroup, to refuel. And then to re-enter the darkness with renewed energy. Until I had rediscovered all the treasures.
Catalonia
De zomer nadat ik mijn Hortus by Night schilderijen had afgerond, ging ik op reis naar Catalonia. We hadden een plek gevonden met atelier waar ik vier weken kon werken. Ik ging erheen zonder vastomlijnd plan van wat ik wilde gaan maken, maar met een auto volgeladen met verf, inkt, papier en negen opgespannen canvasdoeken van 75 x 115 cm. Daar aangekomen duurde het lang voordat ik wist wat ik wilde schilderen.
Het was die zomer bloedheet in en rondom Argelaguer (district Garrotxa in de provincie Girona), 47 graden was geen uitzondering (voor degenen die het zich nog herinneren: het was de zomer van 2019 toen het in Nederland zelfs 41 graden werd) en in combinatie met de hoge luchtvochtigheid resulteerde dat in breindode dagen gevuld met drinken, eten, dutjes doen en comateus voor je uit staren. De enige originele ideeën die ik had, kreeg ik in de auto (airco) en in de supermarkt (airco).
Na een hele week wist ik nog steeds niet wat ik zou gaan schilderen. Het enige dat me in de verzengende hitte kon bekoren was het glanzende fruit dat in grote pyramides op de fruitafdeling van de supermarkt in Olot lag. Papaya’s, passievruchten, zelfs granaatappels. Maar ook perziken, zo rijp dat ze op knappen stonden, bijna zwarte kersen, dieppaarse pruimen en verse vijgen. In de verfrissende airco van de supermarkt viel het fruit me op, de vormen, de kleuren. Maar eenmaal in het atelier kwam het hittegolfcoma als vanzelf weer opzetten en gingen alle vonken van inspiratie in rook op.
Tot ik het eerste weekend een bergwandeling maakte – ik weet ook niet precies wat me bezielde in dit hitte, maar van alleen maar voor je uit staren naar een wit doek kun je behoorlijk somber worden. Dus ik ging op pad. En ergens halverwege de weg naar beneden stuitte ik op een volledig gave perzik. Gewoon, op de grond. Alsof het afval was. En toen ik beter keek, zag ik er meer. Wat bleek: er stond een perzikenboom. Zoet zomergenot hing hier gewoon “for the grabs” aan een boom! Ik stond perplex. En op dat moment besloten de synapsen van mijn brein de hoge luchtvochtigheid even te vergeten en hun werk te doen: het flitste van fruitpyramiden in de supermarkt naar glanzende kleuren, naar bijzondere vormen, naar de perzik in mijn hand: de inspiratie lag hier gewoon voor het oprapen. Ik zou fruit schilderen.
Uiteindelijk resulteerden de vier weken in Catalonia in een serie van 10 fruitschilderijen met daarbinnen een tweedeling van ‘fruit op aarde’ en ‘fruit in space’, dat laatste ingegeven door die perzik die voor mij als een soort komeet voelde die dwars door tijd en ruimte was gereisd om zich voor mijn voeten te werpen. Misschien was het ook een manier om weg te blijven van groene bladvormen, want die vloekten mijns inziens verschrikkelijk met het felle oranje, roze en rood van fruit. En dankzij de Hortus by Night schilderijen wist ik hoe puik felle kleuren knalden tegen zwart. De schilderijen in kwestie:










The summer after I finished my Hortus by Night paintings, I went on a trip to Catalonia. We had found a place with a studio where I could work for four weeks. I went there without a fixed plan of what I wanted to create, but with a car loaded with paint, ink, paper, and nine stretched canvases measuring 75 x 115 cm. Once I was there, it took me a long time to figure out what I wanted to paint.
That summer was scorching hot in and around Argelaguer (Garrotxa district in the province of Girona), 47 degrees Celsius was not unusual, and combined with the high humidity, it resulted in brain-dead days filled with drinking, eating, napping, and staring into space. The only original ideas I had came while driving in the car (air conditioning) and while walking in the supermarket (air conditioning).
After a whole week, I still didn’t know what I was going to paint. The only thing that could entice me in the scorching heat was the gleaming fruit stacked in giant pyramids in the produce section of the supermarket in Olot. Papayas, passion fruit, even pomegranates. But also peaches, so ripe they were about to burst, almost black cherries, deep purple plums, and fresh figs. In the refreshing air conditioning of the supermarket, I was struck by the fruit, the shapes, the colours. But once back in the studio, the heatwave coma set in naturally, and all sparks of inspiration vanished into thin air.
Until I went for a mountain hike that first weekend—I don’t know exactly what possessed me in that heat, but just staring into space at a blank canvas can make you quite depressed. So I set out. And somewhere halfway down, I came across a perfectly intact peach. Just lying on the ground. As if it were trash. And when I looked closer, I saw more. It turned out I was standing underneath a peach tree. Sweet summer delights were just hanging there for the taking on a tree! I was stunned. And at that moment, the synapses in my brain decided to forget the high humidity for a moment and do their work: they flashed from fruit pyramids in the supermarket to shiny colours, to unusual shapes, to the peach in my hand: inspiration was simply there for the taking. I would be painting fruit for the next three weeks.
Ultimately, the four weeks in Catalonia resulted in a series of 10 fruit paintings, divided into ‘fruit on earth’ and ‘fruit in space,’ the latter inspired by that peach, which felt to me like a comet that had travelled through time and space to land at my feet. Perhaps it was also a way to avoid green leaf shapes, because in my opinion, they clashed terribly with the bright orange, pink, and red of fruit. And thanks to the Hortus by Night paintings, I knew how beautifully bright colours popped against black.

Tussen bloeien en vruchtbaarheid
Van de Hortus by Night naar de felle zomerzon in Catalonia en van bewegen in de schaduw naar gezien durven worden. Als ik nu terugkijk op mijn werk van 2019-2020 dan is het thema artistiek gezien inderdaad verweven met het verlangen om niet alleen mezelf te ontdekken, maar om als vrouw tot bloei te komen en vrucht te dragen. Een thema dat ook praktisch doorwerkte: we kochten ons eerste huis dat ook ruimte bood voor de gewenste kinderen. Ik struinde marktplaats af naar mooi houten kinderspeelgoed en we reden nog een keer helemaal naar Haarlem om een vintage kinderkamer op te halen inclusief ledikant, commode en kledingkast. Maar de zwangerschap bleef uit. Ook nadat ik 16 kilo kwijtraakte nadat ik had gelezen dat overgewicht niet hielp. De zwangerschap bleef uit. Alsof mijn zenuwstelsel wilde communiceren: bloeien en uit de schaduw stappen is tot daar aan toe, maar vruchtdragen, dat is te onveilig.
Jarenlang heb ik geprobeerd betekenis te geven aan het uitblijven van een zwangerschap. Aan mijn lijf dat mij het moederschap ontzegde. Hulp inschakelen in de vorm van IVF wilde ik niet, vanwege meerdere redenen. Ik wilde mijn lichaam vertrouwen en het pad dat ik liep. Onder het mom van: misschien dat ik nu nog niet begrijp waarom, maar over tien jaar misschien wel. En ik wilde geen kind ‘opeisen’ of ‘afdwingen’ via medische weg, ik wilde het echt graag cadeau krijgen. Omdat ik niet wil accepteren dat mijn leven geen betekenis heeft zonder kind en omdat ik tegelijkertijd een kind niet wil opzadelen met het zijn van de betekenis van mijn leven.
Tot ik op mijn 38e verjaardag voelde dat een periode ten einde was gekomen. Dat ik zonder dat ik het bewust doorhad al een hele tijd geleden had besloten dat ik zou proberen zwanger te raken tot mijn 38e en dat het dan mooi was geweest. Acht jaar proberen, acht jaar (wan)hopen, acht jaar ruimte bewaren voor een toekomst met kinderen en toen was het plotseling klaar. Ik weet niet hoe en waarom ik dat doe, maar het overkomt me vaker dat ik intuïtief een bepaalde emotionele periode afbaken. Zoals het presenteren van mijn Nachttuin serie op 23 februari 2025 (de kunstserie die ik maakte na het overlijden van mijn moeder in de lente van 2024), omdat ik voelde dat ik het rouwproces na die datum een andere lading wilde geven, een andere plek in mijn leven. Na die datum mocht het leven weer op de eerste plaats komen.
We zijn nu een jaar verder, ik ben net 39 geworden en de betekenis van het uitblijven van een zwangerschap heb ik nog steeds niet gevonden, maar om heel eerlijk te zijn ben ik er ook niet echt meer naar opzoek. Sinds ik stopte met proberen, is mijn begrip namelijk gegroeid. Ik leerde dit jaar over de zogenaamde ‘ecology of fear‘, een conceptueel raamwerk dat de psychologische impact beschrijft van door roofdieren veroorzaakte stress op prooidieren en hoe die stress de vruchtbaarheid van prooipopulaties negatief beinvloedt. Als je zoals ik als gevolg van complex PTSS decennialang ‘gedaan hebt alsof je er niet bent’ (oftewel, de overlevingstactiek van ‘playing dead’), omdat gezien worden veel te gevaarlijk was, dan is het geen wonder dat je niet tot bloei komt en geen vrucht draagt.
Is het treurig? Zeer. Is het zwaar om te dragen? Ja. Ben ik van plan me erdoor uit het veld te laten slaan? Zeker niet. De oplossing voor nu is heel simpel en concreet: sterker worden. En dus ben ik sinds het begin van de herfst drie keer per week in de sportschool te vinden, waar ik tijdens de rustpauzes tussen 23 en 27 kilo reps af en toe glimpen opvang van hoe mijn toekomst er zonder kinderen uit kan zien. Een toekomst waarin het kind in mij alle ruimte krijgt om tot leven te komen, te groeien, te bloeien en te doen waar het zin in heeft: dansen, surfen, racen in een rally-auto, op reis naar Madeira, taartjes eten, een hardloopwedstrijd finishen. Ik heb zo’n gevoel dat mijn volwassen zelf daar ook wel wat mee kan 🙂
Between blossoming and fertility
From the Hortus by Night to the bright summer sun in Catalonia, and from moving in the shadows to letting yourself be seen. Looking back on my work from 2019-2020, the artistic theme is indeed intertwined with the desire not only to discover myself, but to blossom and bear fruit as a woman. A theme that had a practical impact as well: we bought our first house together, which also offered space for the children we hoped for. I scoured Marktplaats (a Dutch online second hand marketplace) for beautiful wooden children’s toys, and one day we drove all the way to Haarlem to pick up a vintage nursery complete with crib, dresser, and wardrobe. But I didn’t get pregnant. Even after I lost 16 kilos after reading that being overweight didn’t help. I did not get pregnant. As if my nervous system wanted to communicate: blossoming and stepping out of the shadows is one thing, but bearing fruit is another.
For years, I tried to give meaning to the fact that I wasn’t getting pregnant. To the fact that my body seemed to deny me motherhood. I didn’t want to seek help in the form of IVF, for several reasons. I wanted to trust my body and the path I was on. Under the guise of: maybe at the moment I don’t understand why it’s not happening, but maybe in ten years I will understand. And I didn’t want to “claim” or “force” a child into being through medical means; I truly wanted to be given one as a gift. Because I don’t want to accept that my life has no meaning without a child, and because at the same time, I don’t want to burden a child with being the meaning of my life.
Until, on my 38th birthday, I suddenly felt a period had come to an end. Without consciously realizing it, I had decided a long time ago that I would try to get a baby until I was 38, and that if it hadn’t happened until then, it would be enough. Eight years of trying, eight years between hope and despair, eight years of saving space for a future with children, and then, at that 38th birthday it was over. Just like that. I don’t know how or why I do that, but it often happens to me that I intuitively define a specific emotional period. Like presenting my Night Garden series on February 23, 2025 (the art series I created after my mother’s passing in the spring of 2024), because I felt I wanted to give the grieving process a different meaning after that date, a different gravity and a different place in my life. After that date, life could come first again.
Since then a year has passed; I just turned 39, and I still haven’t found the meaning of not becoming a mum, but to be honest, I’m not really looking for it anymore. Since I stopped trying, my understanding has grown. This year, I learned about the so-called ‘ecology of fear,’ a conceptual framework that describes the psychological impact of predator-induced stress on prey and how that stress negatively impacts the fertility of prey populations. If, like me, due to complex PTSD, you’ve spent decades “pretending not to be there” (aka, the survival tactic of “playing dead”), because being seen was far too dangerous, then it’s no wonder you don’t blossom and bear fruit.
Is it sad? Very. Is it heavy to bear? Yes. Do I intend to let it get me down? Absolutely not. The solution for now is very simple and concrete: to get stronger. And so, since this autumn, I’ve been in the gym three times a week, occasionally catching glimpses of what my future without children might look like during my rest periods between 23 and 27 kilo reps. A future in which the child within me has every space to come alive, grow, flourish, and do what it wants: dancing, surfing, racing in a rally car, travelling to Madeira, eating cake. I have a feeling my adult self would be having a field day with that as well 🙂

