

Mijn vergelijkend meta-ethisch onderzoek richt zich op het vaststellen van niet-monotheïstische gemeenschappelijke waarden. Dat doe ik door mij te verdiepen in vroege beschavingen, hun verhalen, mythologie, juridische traktaten en maatschappelijke structuren. Daarvoor leer ik op dit moment Akkadisch en spijkerschrift, zodat ik de bronnen zelf kan lezen. Daarnaast ontwikkel ik een beeldtaal aan de hand van voorchristelijke archeologische vondsten.
Waarom doet deze vrouw dit?




Parallel aan mijn historische onderzoek en het formuleren van een maatschappelijke toekomstvisie ontwikkel ik een beeldtaal die ik baseer op archeologische vondsten van de eerste beschavingen. Omdat beelden een ander deel van ons bewustzijn aanspreken dan tekst en logica. Wat als de oeroude vormen van spijkerschrift en hiërogliefen iets kunnen wakker maken in ons collectieve onbewuste? Ik verwacht dat het ontwikkelen van een beeldtaal tegelijkertijd helpt mijn bevindingen en daaruit ontstane ideeën te verduidelijken en tot een coherent geheel te smeden.
Het is mijn bedoeling om tijdens mijn onderzoek lezingen en cursussen te ontwerpen naar aanleiding van mijn bevindingen. Die geef ik dan in Hengelo of op een locatie naar wens, vanaf voorjaar 2027. Verwacht geen droge verhalen, maar smeuïge intriges en nieuwe manieren van kijken naar een wondere wereld waarin lang niet alles is wat het lijkt!


Mijn eerste kennismaking met de oude vormen uit de bronstijd waarbij ik me laat inspireren door het spijkerschrift, hiërogliefen, sieraden, wapens, gereedschappen en de kleuren van lapis lazuli met strengen van goud en zilver.
Na negen jaar botanische portretten en een eigen specifieke manier van werken is het ontdekken van een nieuw proces met nieuw materiaal net zo’n avontuur als het me eigen maken van de nieuwe vormen en kleuren.
Achter de schermen probeer ik van alles uit, van gelpennen en acrylmarkers tot bladgoud, glitter en pigmentpoeder.
Het interessantste van de wereld van Odysseus zijn voor mij de Griekse goden. Hoezeer zij op mensen lijken, met goede en slechte kanten. Het is een heel boeiend perspectief in mijn onderzoek naar wat de evolutionaire waarde van religie toch is.
Werkt religie als beschaving, als tegenkracht van de destructieve menselijke natuur zodat we elkaar niet uitmoorden tot extinctie? Of eerder als voedende kracht van de saamhorigheid van de menselijke natuur, waardoor die destructieve neiging genoeg onderdrukt wordt?
Als je niet uitgaat van een monotheïstische godsdienst als het christendom dat vanwege de inventie van een hiernamaals dat afhankelijk van je innerlijke huishouding of hemels of hels is, extreem begaan is met de staat van de individuele ziel dan wel geweten, krijg je een totaal andere discussie.


Als filmmaker ben je gebonden aan de regels en herkenbare verhaalelementen van de lingua franca van Hollywood. Deze lingua franca van Hollywood is een heel bijzondere taal die wereldwijd wordt begrepen, maar alleen als je je dus aan die regels houdt. Dat is zowel een voordeel als een nadeel. Want die regels beperken je, maar ze kunnen je ook helpen keuzes maken.
Om regels te kunnen volgen en om ze te breken, moet je ze wel eerst kennen en beheersen. Je kunt niet alle regels tegelijk breken, je moet selectief zijn, anders haakt het publiek af en een film is altijd een dialoog met het publiek. Je moet je als filmmaker bewust zijn van wat het publiek meeneemt aan kennis en bagage van die communicatieregels, zodat je kunt anticiperen op wanneer het publiek bereid is iets van je aan te nemen en wanneer niet.
Deze manier van je publiek heel serieus nemen en je heel bewust zijn van hoe je je boodschap wilt overbrengen, zodat die boodschap aankomt en geaccepteerd kan worden door de toehoorder/kijker, deed een bom ontploffen in mijn denkraam rondom kunst en wat je eigenlijk aan het doen bent als kunstenaar.
Voor mij is het nu belangrijk om te leren hoe je een boodschap overbrengt, welke regels daarbij gelden en hoe je die het beste kunt volgen voor een zo optimaal resultaat. Als kunstenaar ben je in de kern een verhalenverteller die een boodschap wil overbrengen.
Voor mij heeft de botanische wereld vanaf dit moment geen plek meer in mijn artistieke praktijk, omdat mijn boodschap steeds meer uitkristalliseert. Die in de kern gaat over mensen en samenleven en veel minder over de natuur of botanische wereld. En die zoekt naar nieuwe gemeenschappelijke waarden – los van het christendom dat ons in mijn optiek al ruim tweeduizend jaar zand in de ogen strooit als het gaat om volwassenwording, het handhaven van een gezonde psyche en het bewaken van onze persoonlijke en sociale grenzen.
Na 9 jaar botanische plantportretten is het daarom tijd voor een nieuw begin, een nieuw avontuur. Zodat als de boodschap straks helder is, de vorm dat ook zal zijn, waardoor ik er alles aan kan doen om te zorgen dat de boodschap ook echt overkomt.
